AGATHA
CHRISTIE
“Misdaad
loont... Gelukkig!”
Agatha Christie
werd geborgen op 15 september 1890 als Agatha Mary Clarissa
Frary Miller. De familie Miller leidde een welgesteld leven
in Torquay, aan de zuidwestkust van Engeland. Ze was een
nakomertje in het gezin van Frederick Miller. Haar zuster
en broer waren al op kostschool in de tijd dat Agatha opgroeide
onder de hoede van een kindermeisje. Toen zij elf jaar oud
was overleed haar vader. Omdat haar zuster inmiddels was
getrouwd en haar broer in militaire dienst zat, bleef zij
achter met haar moeder Clara. Later vertelde Agatha Christie
over deze periode: “Wij waren niet langer een gezin.
We waren nu twee mensen die bij elkaar woonden, een vrouw
van middelbare leeftijd en een onervaren, naïef meisje..”
In 1912 leerde
zij de beroepsofficier Arche Christie kennen, met wie ze
trouwde. Ze volgde een opleiding tot apothekersassistente
bij een griezelige apotheker die het gif curare altijd bij
zich droeg omdat dat hem een gevoel van macht gaf. Haar
kennis van vergiften zou haar bij het schrijven van haar
detectiveverhalen nog vaak van pas komen.
Ondertussen was ze ook aan haar eerste politieroman begonnen:
‘The Mysterious Affair At Styles’. Daarin trad
meteen al Hercule Poirot op, de gepensioneerde Belgische
inspecteur van de politie. Ze stuurde haar eersteling naar
verscheidene uitgevers, maar de één na de
andere weigerde het. Uiteindelijk stuurde ze het naar uitgeverij
The Bodley Head, waar het manuscript zoek raakte en pas
twee jaar later weer boven water kwam. Het boek werd uiteindelijk
uitgegeven maar werd nog geen bestseller.
In het najaar
van 1926 verscheen ‘The Murder Of Roger Ackroyd’
waarmee zij voor het eerst volop de aandacht trok, omdat
Christie de ongeschreven regel van de politieroman te buiten
zou zijn gegaan: het verhaal wordt verteld door de moordenaar
zelf. Sommige critici maakten zich daar behoorlijk boos
over, wat weer tot gevolg had dat het publiek nieuwsgierig
werd en het boek beter verkocht werd dan de voorgaande.
In de rumoerige sfeer rond dit boek beleefde Agatha Christie
een persoonlijk drama. Eerst was er de dood van haar moeder
en vervolgens bekende haar echtgenoot dat hij verliefd was
geworden op een jongere vrouw en dat hij wilde scheiden.
De breuk met haar man kwam hard aan. Op 3 december 1926
verdween Agatha en toen men haar auto verlaten terugvond
werd er een grootscheepse speurtocht op touw gezet. Alle
kranten volgden de speurtocht op hun voorpagina’s.
Elf dagen bleef ze spoorloos, tot er op de avond van 14
december een telefoontje kwam dat mevrouw Christie in een
hotel in Harrogate logeerde.
Ze scheidde van haar man, maar bleef wel zijn achternaam
gebruiken. Agatha herstelde en om haar zinnen te verzetten
nam ze in haar eentje de Oriënt Express richting Bagdad,
waar ze haar tweede man, archeoloog Max Mallowan, ontmoette.
Ze trouwden op 11 september 1930 en hadden een lang en gelukkig
leven. “Trouw een archeoloog!”, raadde zij eens
een jonge vrouw aan. “Hoe ouder je wordt, hoe meer
belangstelling hij voor je krijgt...”.
In 1971 werd
ze door Queen Elisabeth verheven in de adelstand en mocht
zich’ Dame of the British Empire’ noemen. Haar
productiviteit bleek ongekend hoog. Toen zij tachtig werd
verscheen ook haar tachtigste boek. Agatha Christie dacht
vaak maanden na over een verhaal en trok dan ieder jaar
naar een afgelegen, weinig comfortabel hotel om daar haar
boek in drie weken te schrijven. Door een zo onaangenaam
mogelijk verblijf was ze des te eerder klaar!
Zij was zich
ervan bewust dat haar literaire capaciteiten bescheiden
waren, maar stond niet toe dat de uitgever haar taal liet
bijschaven door redacteuren. Die taal, en al haar andere
kennis had zij zichzelf aangeleerd, met hulp van haar moeder
en kindermeisje. Want zij was immers nooit op school geweest!